Beelddenken

A6cNbJCCUAEvSTd

Beelddenken wordt ook wel visueel-ruimtelijk, analoog of divergent denken genoemd. In alle gevallen wordt bedoeld dat een beelddenker meer in plaatjes denkt dan in woorden of zinnen. Dit heeft een grote invloed op zijn/haar manier van leren. het lijkt er op dat deze manier van denken vaker dan gemiddeld voorkomt bij hoogbegaafde kinderen. 

Is mijn kind een beelddenker?

– Problemen op school beginnen bij het leren lezen, schrijven en rekenen.
– Beelddenkers zijn visueel-ruimtelijk ingesteld, dat wil zeggen dat alles zich driedimensionaal in hun hoofd afspeelt en dat ze met hun ogen hun opgedane ervaringen werken.
– Luisteren is nooit hun sterkste kant. De ogen gaan voor de oren.
– In één oogopslag overzien beelddenkers ingewikkelde situaties en brengen die met elkaar in verband. Vandaar ook dat beelddenkers nog wel eens chaotisch overkomen in hun taalgebruik. Het ene beeld roept al weer een volgend beeld op en beelddenkers associëren dus razendsnel. Dat kan leiden tot hoogst originele oplossingen waar een ander nooit opgekomen zou zijn.
– Beelddenkers kunnen heel intelligent zijn, ze hebben vaak een goed oriënteringsvermogen en zijn creatief.
– Ze hebben moeite met de ‘vertaling’ naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als: dinges, dat ene, je weet wel! In hun hoofd zien ze het beeld, het plaatje, maar het bijpassende woord kunnen ze zo snel niet vinden.
– Een beelddenker ziet bij het woord stoel de stoel dan ook in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren of op zijn kop staat: het blijft een stoel. Als ze de letters en hun klanken  gaan leren, geeft dit problemen. Immers: een b is andersom opeens een d, en op zijn kop zelfs een p.
– Een beelddenker is snel afgeleid, want net als ze ergens mee bezig zijn, zien ze al weer iets nieuws om te doen. Dat laatste is wel eens lastig voor ouders.
-Een opdracht die uit meerdere deelopdrachten bestaat zal vaak niet volledig uitgevoerd worden omdat het kind afgeleid raakt door de plaatjes die de opdracht in zijn hoofd oproepen.
Op school wordt door de leerkracht veel nadruk gelegd op volgorde en details en dat zijn nu net de zaken waar beelddenkers wat moeite mee hebben. Het onthouden van de letters en bijbehorende klanken geeft dan vaak problemen.
– Het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels of sommen onder de 20 gaat vaak moeizaam en bij het spellen maken ze vaak veel oriëntatiefouten: de s wordt een z, of de f wordt een v.
– Ook taalregels worden slordig gehanteerd. Beelddenkers gaan voor de inhoud en niet voor de juiste vorm. Ze komen daardoor wat slordig over, maar weten heel goed waar een tekst globaal over gaat. Details onderscheiden is vaak hun moeilijkste kant.
– Beelddenkers kijken meer naar overeenkomsten (Wat weet ik al? Wat had ik ook al weer net zo gedaan?) in plaats van naar verschillen.
– Ze hebben een grote vrijheidszin en een brede belangstelling, hebben een goed geheugen voor gebeurtenissen en belevenissen en zijn sociaal zeer bewogen.
– Tijd zegt hen weinig, klokkijken is lastig en hoewel ze denken altijd zeeën van tijd te hebben, komen beelddenkers dikwijls tijd tekort.
– Door hun haast zijn beelddenkers vaak slordig. Ze reageren te snel bij het eerste het beste woord en luisteren niet meer verder. Ze denken het wel te weten

Hoe kan ik mijn kind hierbij helpen?

Alle heel jonge kinderen denken in beelden. De meeste kleuters maken spontaan de overstap naar het talige. De kinderen die in beelden blijven denken, moeten met een goede, strakke begeleiding toch inzicht krijgen in het talige. Ze moeten als het ware de noodzaak inzien van de overstap: school en maatschappij zijn talig. Je moet dus meedoen om verder te komen.

Hiervoor zijn verschillende begeleidingsmethodes ontworpen.
Bijvoorbeeld de methode ‘Ik leer anders’ die in een beperkt aantal sessies basisschoolleerlingen helpt bij het structureren van spellingwoorden, cijfers, klokkijken en automatiseringsopgaven. Dezelfde techniek kan echter ook door oudere leerlingen toegepast worden bij zaakvakken en vreemde talen.

De methode ‘Beeld en brein’  leert kinderen talige informatie te visualiseren door middel van bijvoorbeeld mindmapping en zo een brug te slaan tussen de talige leerstof en hun beeldende manier van denken.